Key Takeaways
- Het Belastingplan 2026 introduceert een nieuw drieschijvenstelsel in Box 1, met verschillende effecten voor werkenden en AOW-gerechtigden.
- AOW-gerechtigden profiteren van een laagdrempelig tarief van 17,80% in de eerste schijf, maar worden geconfronteerd met hoge marginale druk door afbouw van heffingskortingen.
- De indexatiebeperking (57%) zorgt in 2026 voor sterke ‘koude progressie’, vooral merkbaar bij gepensioneerden met geïndexeerde pensioenen.
- De verlaging van het heffingsvrije vermogen in Box 3 raakt vooral oudere huishoudens met spaargeld.
- Werkgevers krijgen te maken met veranderende nettolonen, loonkosten en fiscale druk op oudere werknemers.
- Deze fiscale wijzigingen beïnvloeden arbeidsvoorwaarden, pensioenplanning en financiële fitheid van medewerkers.
Ben je klaar voor een nieuwe uitdaging? Bekijk dan snel onze vacatures!
Vacatures
Open sollicitatie
Wat verandert er in 2026?
De Nederlandse fiscale wetgeving ondergaat in 2026 een diepgaande herstructurering. Waar eerdere jaren gericht waren op vereenvoudiging, kiest de overheid nu voor meer differentiatie en fijnmazigheid. Dit heeft directe gevolgen voor werkgevers én voor medewerkers (werkenden en gepensioneerden).
Box 1: De inkomstenbelasting in 2026
Nieuw drieschijvenstelsel voor niet-AOW’ers
- Schijf 1: tot € 38.883 — 35,70%
- Schijf 2: € 38.883 – € 79.137 — 37,56%
- Schijf 3: boven € 79.137 — 49,50%
De knip tussen schijf 1 en 2 maakt het stelsel gerichter: de overheid kan lage inkomens ondersteunen zonder de gehele middenklasse mee te subsidiëren.
Box 1 voor AOW-gerechtigden
- Schijf 1: tot € 38.883 — 17,80%
- Schijf 2: € 38.883 – € 79.137 — 37,56%
- Schijf 3: boven € 79.137 — 49,50%
AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie meer, waardoor hun eerste schijf substantieel lager ligt. Toch ontstaat een ingewikkeld beeld door de afbouw van heffingskortingen.
Geboortejaar-effect (voor 1946)
Voor ouderen geboren vóór 1946 loopt schijf 1 door tot € 41.123, wat een direct voordeel van enkele honderden euro’s per jaar oplevert.
Koude progressie door beperkte indexatie
De schijfgrenzen worden in 2026 slechts voor 57% van de inflatie gecompenseerd. Hierdoor stijgen inkomens sneller dan de grenzen van de schijven, waardoor medewerkers eerder in hogere schijven terechtkomen.
- Meer werknemers bereiken sneller de tweede of derde schijf.
- Gepensioneerden met deels geïndexeerde pensioenen worden relatief zwaarder belast.
- Werkgevers kunnen stijgende nettoloonverwachtingen zien bij medewerkers die minder netto overhouden.
Heffingskortingen: de verborgen belastingschijven
Algemene Heffingskorting
- Maximaal € 3.115 (niet-AOW)
- Voor AOW-gerechtigden circa € 1.554
- Afbouw bij inkomens boven ca. € 25.000
Door de afbouw kan de marginale druk oplopen tot boven de 40% in de tweede schijf.
Ouderenkorting
- Maximaal € 2.067
- Afbouw met 15% boven ca. € 45.000 inkomen
Gepensioneerden rond € 45.000 – € 60.000 ervaren marginale tarieven tot 55,7%, hoger dan het toptarief.
Box 3: Sparen en beleggen in 2026
Lagere vrijstelling
- Vrijstelling daalt van € 57.684 naar € 51.396.
- Voor partners: € 102.792 i.p.v. € 115.368.
Hoge belastingdruk op vermogen
- Tarief blijft 36%.
- Fictieve rendementen blijven hoog, vooral voor beleggingen (ca. 5,9% in 2025).
Ouderen met spaargeld of beleggingen worden hierdoor sneller belast en zien hun buffer sneller krimpen.
Wat betekent dit voor werkgevers?
- Stijgende verwachtingen over nettolooncompensatie bij werknemers.
- Grotere loonverschillen tussen jongere en oudere medewerkers.
- Mogelijke druk op pensioenregelingen en aanvullend pensioen.
- Hogere vraag naar financiële fitheidsprogramma’s binnen HR.
HR- en werkgeversadvies
- Maak tijdig inzichtelijk hoe fiscale wijzigingen doorwerken in nettolonen.
- Ondersteun oudere medewerkers met pensioenadvies en financiële planning.
- Breng verschillen in marginale druk binnen je personeelsbestand in kaart.
- Bied medewerkers duidelijkheid over verwachte loonontwikkeling.
Impact voor gepensioneerden en AOW-gerechtigden
- Laag tarief in eerste schijf, maar hoge marginale druk bij inkomens vanaf € 45.000.
- Beperkte indexatie zorgt voor snellere stijging in belastingdruk.
- Lagere vrijstelling in Box 3 raakt spaarders hard.
- Extra pensioen wordt minder aantrekkelijk door hoge afbouw van kortingen.
Tips voor werkgevers om medewerkers te ondersteunen
- Faciliteer workshops of coaching over financiële fitheid.
- Communiceer de impact van de nieuwe schijven en kortingen helder.
- Stem HR-beleid af op verschillende levensfases (werkenden vs. gepensioneerden).
- Onderzoek of beschikbare pensioenregelingen nog optimaal zijn.
FAQ
Wat verandert er in de inkomstenbelasting in 2026?
De overheid introduceert een drieschijvenstelsel van 35,70%, 37,56% en 49,50%.
Waarom is de marginale druk voor gepensioneerden zo hoog?
Door afbouw van de Algemene Heffingskorting en de Ouderenkorting kan de marginale druk oplopen tot boven de 55%.
Wat betekent de indexatiebeperking voor medewerkers?
Door de beperkte indexatie komen medewerkers sneller in een hogere belastingschijf terecht.
Hoe verandert Box 3 in 2026?
De vrijstelling daalt en het tarief blijft 36%, waardoor spaarders eerder belasting betalen.
Wat zijn de gevolgen voor werkgevers?
Werkgevers krijgen te maken met veranderende nettolonen, hogere administratieve druk en meer vragen vanuit medewerkers.
Conclusie
Het Belastingplan 2026 maakt het fiscale landschap complexer en verfijnder. Werkgevers én HR-professionals moeten anticiperen op stijgende marginale druk, veranderende nettolonen en grotere verschillen tussen werkenden en gepensioneerden.
Door tijdig inzicht te creëren en medewerkers te ondersteunen, kan de financiële stabiliteit binnen organisaties worden versterkt.
Ben je klaar voor een nieuwe uitdaging? Bekijk dan snel onze vacatures!
Vacatures
Open sollicitatie