De wintertijd 2026 gaat in de nacht van zaterdag 25 op zondag 26 oktober 2026. Om 03:00 uur gaat de klok terug naar 02:00 uur. Dat betekent: de nacht duurt één uur langer en het wordt ’s ochtends eerder licht, maar ’s avonds valt de duisternis vroeger in.
Nederland past de klok al tientallen jaren twee keer per jaar aan. In het voorjaar gaat de klok een uur vooruit (zomertijd), in het najaar een uur terug (wintertijd). De EU heeft plannen gehad om dit af te schaffen, maar tot op heden geldt de halfjaarlijkse wisseling nog steeds. Zolang dat zo is, heeft het verzetten van de klok directe gevolgen voor iedereen die rond dat tijdstip werkt.
Voor de meeste mensen is de overgang naar wintertijd aangenamer dan die naar zomertijd: je wint in principe een uur slaap. Toch merken veel mensen de eerste dagen na de tijdwisseling dat hun bioritme even van slag is. Wie vroeg begint, merkt dat het lichaam gewend is aan een ander ritme. Dat heeft effect op concentratie, alertheid en stemming op de werkvloer.